Category Archives: Gouda

Werkzaamheden N207 bij Gouda 24.09 – 26.09

De provincie Zuid-Holland voert in de nachten tussen 24 en 26 september werkzaamheden uit aan de N207 bij Gouda. De weg is in de nachten vanaf de Eurotonde richting ’t Weegje over ongeveer 100 meter afgesloten tussen 21.00 uur en 06.00 uur. In de nacht van 25 op 26 september is op de Eurotonde ook de afslag naar Gouwestroom afgesloten. Fietsers worden langs de werkzaamheden geleid. Alle gemotoriseerd verkeer wordt omgeleid via Gouda.

Werkzaamheden

Met de werkzaamheden wordt het profiel van de hoofdrijbaan iets aangepast zodat het water naar de juiste kant wordt afgevoerd. Nu loopt het water van het wegdek voor een deel richting de Ringvaart, waar het tegen de dijk blijft staan. Na de werkzaamheden loopt al het water naar de kant van Westergouwe, waar het goed kan worden afgevoerd. De werkzaamheden zijn onderdeel van het groot onderhoud aan de N207 bij Gouda.

Hinder

De werkzaamheden duren van 21.00 uur tot 06.00 uur. De werkzaamheden kunnen lokaal geluidshinder veroorzaken.

Medewerkers Promen aan de slag in recreatiegebieden rondom Gouda

Afgelopen donderdag ondertekende Staatsbosbeheer een nieuwe samenwerkingsovereenkomst met Promen, werkzaam op het gebied van sociale werkvoorziening en reintegratie. Afgesproken is dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt wekelijks onderhoudswerkzaamheden uitvoeren in verschillende recreatiegebieden rondom Gouda die Staatsbosbeheer beheert in opdracht van Groenalliantie Midden-Holland.

Staatsbosbeheer werkt al langer samen met Promen. De nieuwe overeenkomst zorgt voor uitbreiding van het aantal werkgebieden en heeft betrekking op een nieuwe doelgroep. Medewerkers met de indicatie ‘Nieuw Beschut’ in de Participatiewet werken twee dagen per week in de gebieden ’t Weegje, de Goudse Hout en het Gouwe bos.

Rustige werkomgeving
Voor medewerkers met de indicatie ‘Nieuw Beschut’ is meedoen op de arbeidsmarkt niet vanzelfsprekend. Zij kunnen alleen in een rustige omgeving en onder begeleiding aan de slag. Staatsbosbeheer heeft werkzaamheden gezocht die passen bij de capaciteiten van deze doelgroep. Zij maken meubilair schoon, prikken zwerfvuil en legen prullenbakken.Op deze manier kan deze doelgroep blijven deelnemen aan het werkproces.

Puntje op de i
Staatsbosbeheer is blij met de het extra werk dat de medewerkers van Promen verzetten in de recreatiegebieden. Ze houden de gebieden netjes en schoon en zetten zo de puntjes op de i. Vanuit de maatschappelijke verantwoordelijkheid en als uitwerking van de Participatiewet, worden mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt betrokken bij het werk van Staatsbosbeheer.

Eerder deze dag vroegen wij uw aandacht om uit te

Eerder deze dag vroegen wij uw aandacht om uit te kijken naar een tasjesdief. Al klinkt de term “tasjesdief” veel te lief. Helaas hebben wij de verdachte nog niet aangehouden.

Wel heeft de dief geen buit gemaakt omdat een scherpe getuige achter de verdachte aan was gegaan en de tas terug heeft kunnen veroveren. Daar zijn wij, en het slachtoffer, de getuige heel erg dankbaar voor!

Mocht u nog informatie hebben omtrent deze beroving? Meld dit via 0900-8844. Doet u dit liever anoniem? Bezoek www.meldmisdaadanoniem.nl of bel 0800-7000

Bedankt voor het delen en uitkijken! ^CD

gouda held getuige beroving politie politiegouda

meldmisdaadanoniem.nl
10 Aug 3,5 jaar cel voor man uit Amstelveen Bron: Rtva.nl De officier van justitie in Amsterdam eiste vandaag 3,5 jaar tegen een 37-jarige man uit Amstelveen voor drugshandel en witwassen. De man is afgelopen mei door de politie aangehouden. Dit gebeurde naar aanlei…
link

Eerder deze dag vroegen wij uw aandacht om uit te

LET OP!

LET OP!

Wij vragen uw aandacht voor een zojuist gepleegde tasjesroof op de De La Reylaan te Gouda. Signalement verdacht:

– man
– slank
– 1,70-1,75 meter lang
– getinte huidskleur
– donkere broek
– bruin lederen jack

Heeft u iets gezien of ziet u de verdachte lopen? Bel 112! ^CD

gouda tasjesroof politie politiegouda

LET OP!

Basta 2.0

Basta 2.0

Om ons geslaagde zomeroffensief tegen de inbraken door te zetten in de herfst, besloten wij een bekende inbreker aan te houden voor zijn nog uit te zitten straf. De man moest nog 14 dagen uitzitten voor een eerder strafbaar feit.

In de woning troffen wij de veroordeelde niet. Wel troffen wij een stroomstootwapen aan. De eigenaar van het wapen werd aangehouden. Helaas ging dit niet zonder slag of stoot en konden wij op verzet rekenen. Hierbij schoot de familie van de verdachte hem te hulp. Uiteindelijk lukte het ons om de man onder controle te krijgen en de familie op afstand te houden.

Kort hierop arriveerde de veroordeelde man zelf. De veroordeelde probeerde de zojuist aangehouden verdachte te helpen. Maar werd zelf aangehouden. Dit ging wederom niet zonder slag of stoot en ook hierbij konden wij op verzet rekenen. Tevens schoot de familie wederom te hulp.

Een aantal scheldwoorden later hadden wij de (inmiddels twee) verdachten onder controle.

Beide verdachten zitten nog vast. De veroordeelde mag zichzelf eerst verantwoorden voor zijn verzet tijdens de aanhouding alvorens hij zijn straf uit moet zitten. ^CD

basta inbrekers veroordeelde Gouda politiegouda politie

link

Basta 2.0

Roze laarsjes op een tuinpad.

Roze laarsjes op een tuinpad.

Een collega uit het district heeft naar aanleiding van een dienst waarin 2 heftige incidenten plaatsvonden haar gevoelens aan het papier toevertrouwd. De woorden spreken voor zich.

Een geharde politievrouw met 30 jaar operationele ervaring, dat is wat ik ben.
Ik ben relatief jong mijn moeder aan kanker verloren, wat er ook gebeurt, iets ergers dan dat kan me niet meer overkomen. Dat maakt dat ik heftige incidenten in mijn werk redelijk goed kan handelen.
In al die jaren heb ik net als vele collega’s heftige incidenten meegemaakt.
Incidenten die je niet gelijk loslaten.
Zo weet ik nog mijn eerste reanimatie: een 16 jarig meisje. Een meisje dat taart at omdat zij net uit het ziekenhuis was ontslagen. Zij redde het niet.
Ik zag de verslagenheid van ouders toen hun zoontje door een noodlottig ongeval in de haven om het leven kwam.
Op zondagmorgen had ik ooit eens met 1 collega een dubbele reanimatie. 1 mijnheer werd onwel en tijdens het reanimeren zag ik de buurman in elkaar zakken. Hij bleek een zwak hart te hebben en door de commotie werd hij onwel. Beiden hebben het niet gered. Dat bleek tot twee weken geleden de meest bijzondere gebeurtenis uit mijn politie carrière.

Een vrijdagmiddag, late dienst, ik ben officier van dienst, kortweg ovd P.
Een ovd komt bij grotere incidenten ter plaatse en is herkenbaar aan het groene hesje. Vanuit andere disciplines zijn er ook ovd’s. Meestal overleggen wij met elkaar wat wij van elkaar verwachten en wat wij voor elkaar kunnen betekenen.
Ik neem de dienst rond 14:45 uur over van de vroege dienst. Heb je nog bijzonderheden? vraag ik mijn voorganger. Het antwoord is nee, ik hoop dat jij een drukkere dienst hebt.
Dat dit een dienst zou worden waarbij ik getuige zou zijn van twee heftige incidenten kon ik op dat moment niet bevroeden.

Mijn chauffeur is Marco, een collega die ik nog ken van mij vorige bureau.
Vlak hierna hoor ik via de mobilofoon dat er eenheden worden gestuurd naar Hazerswoude. Daar is een kindje te water geraakt. Brandweer ambulance en de traumahelikopter zijn onderweg. Ook wij gaan daarheen. Ik hoor dat collega s doorgeven dat het kindje 1,5 jaar oud is en in de sloot naast de ouderlijke woning is gevallen. Hoe lang zij in het water heeft gelegen is onbekend. Vlak hierna hoor ik dat zij weer ademhaling heeft. Kippenvel staat op mijn armen. Kom op kleine Puk ga er voor, spookt het in mijn hoofd. Als ik in de tuin kom, waar de trauma artsen, vrijwillige brandweer en mijn collega s staan, om haar te reanimeren, zie ik een paar roze laarsjes met bloemetjes. Ik krijg een prop in mijn keel. Die roze laarsjes horen aan kleine meisjes voetjes en niet op een tuinpad. Ik zie verbetenheid bij een ieder. Er wordt met man en macht gevochten om dit jonge leventje te behouden. De ouders zijn in de woning spullen aan het pakken om naar het ziekenhuis te gaan. Als zij de tuin in komen, staat ineens de moeder stil en staat even alleen. Ik sta naast haar en zeg dat ik niet weet wat ik moet zeggen maar dat iedereen alles doet om haar dochtertje te redden. Ik sla mijn arm om haar heen en heel even huilt ze. Een spoed transport van de motorrijders uit Den Haag is er. Zij stemmen af hoe zij willen rijden. Zij doen dit met ter plaatse bekende collega s. Kleine meid wordt vervoerd naar het Sophia ziekenhuis in Rotterdam. Ons gebied is waterrijk en er zijn vele bruggen die er voor de grote en plezier vaart regelmatig uitgaan. Ik vraag aan het OC of zij alle bruggen in de route naar beneden willen houden tot de stoet voorbij is. Dit gebeurt. De ouders staan op afstand met de armen om elkaar heen te kijken naar wat volgens mij je grootste nachtmerrie moet zijn. Je kind verliezen. Na ongeveer drie kwartier gaat ze vervoerd worden.
Als iedereen weg is, pak ik de laarsjes op en zet ze bij de achterdeur. In de hoop dat ze ze snel weer aan zal trekken.

In de debriefing wordt openlijk gesproken over wat het met collega s heeft gedaan. Dit zijn jonge mensen, velen hebben zelf kinderen. Een enkeling zegt niet veel, voor een ander is dit de derde reanimatie in een week, een ander spreekt openlijk over hoe hij/zij het ervaren heeft. De opvang is top.
Er is goed gewerkt, het zag er uit als een geoliede machine.
Wij gaan weer door. We eten een hapje aan team Gouda, zijn voornemens om bij team Leiden Midden te vragen hoe het staat met de studentenfeesten.

Vlak voor het bureau Leiden Midden hoor ik het OC diverse eenheden oproepen om te gaan naar Bodegraven, daar is een vijfjarige jongetje in de Oude Rijn gevallen. Men weet niet hoe lang hij er al in gelegen heeft. De brandweer, ambulance en de traumahelikopter gaan ook ter plaatse.

Dit kan niet waar zijn, is mijn eerste reactie, niet twee kindjes in 1 dienst. Ik wil dit niet!
We keren om, zetten onze optische en geluidssignalen aan en rijden die kant op.
Als we aankomen is er al een brandweer duikploeg te water. Daarvoor zijn twee collega s met een aantal burgers te water gegaan. Maar het was te diep en te koud om goed te kunnen zoeken. Ook hier zijn de ouders ter plaatse.
Hier zijn veel mensen op de been. Ze staan zelfs op de brug om beneden, daar waar het gebeurt, maar niets te missen. Aan ons de taak om de mensen weg te sturen. In het water wordt koortsachtig gezocht. Tot de verlossende kreet: “we hebben hem”. Ik hoor een mevrouw, zij is een familielid, aan mij vragen of hij nog leeft. Het is mij bekend dat hij geruime tijd in het water heeft gelegen, wat moet ik zeggen? Verder dan ambulance personeel zal alles doen om hem te redden kom ik niet. De ouders willen naar hun kind, het verdriet, je ergste nachtmerrie. Ook voor deze kleine man, komt er een spoedtransport richting het Sophia kinderziekenhuis.

Marco en ik stappen in de auto, we realiseren ons allebei dat we twee heftige incidenten hebben meegemaakt. We hebben niet gereanimeerd, hebben de kindjes niet gezien, maar twee kinderen in 1 dienst die in het water vallen dat is te veel.

Ook hierna komt er voor ons opvang en een debriefing. Hier geldt hetzelfde, jonge collega’s die vaak zelf kinderen hebben. De 1 spreekt zich meer uit dan de ander, daar is ruimte voor. Het team collegiale opvang zit voor ons klaar.
Marco en ik praten in mijn teamkamer nog wat na. Daarna rijd ik in het donker naar huis. Dat is even lekker. Thuis zit ik nog een half uurtje met een glaasje wijn, alles nog eens te overdenken. Het verdriet van de ouders, niet te bevatten, mijn collega’s die het volgens veel burgers nooit goed doen, ambulance personeel, brandweer, traumahelikopter bemensing, voor ons allen is dit een dag of een dienst om nooit te vergeten.
De volgende dag lees ik dat het jongetje uit Bodegraven het niet heeft gered. Zondagmorgen krijg ik bericht dat de roze laarsjes nooit meer gebruikt gaan worden. Verslagen ben ik. Kinderen horen niet dood te gaan. En ja ik weet het, er gaan er velen, maar het hoort niet!

link

Roze laarsjes op een tuinpad.

Waddinxveen – Vanmiddag werd een 40-jarige man, uit dezelfde woonplaats,

Waddinxveen – Vanmiddag werd een 40-jarige man, uit dezelfde woonplaats, aangehouden vanwege een winkeldiefstal met geweld bij een winkel aan de Binnendoor. Na het ontdekken van de diefstal was er een worsteling ontstaan tussen de verdachte en medewerkers. Kort daarna hebben wij de verdachte overgenomen en overgebracht naar het politiebureau in Gouda.

POLWZ politie aangehouden

link

Waddinxveen – Vanmiddag werd een 40-jarige man, uit dezelfde woonplaats,

Zie hier, wederom mooi voorbeeld van burenhulp.

Zie hier, wederom mooi voorbeeld van burenhulp.


Aanhouding veroordeelde

#AlphenaandenRijn – Gisteravond, dinsdag 3 oktober rond 19:50 uur namen collega’s van ons team een melding waar voor de collega’s van Politie Alphen aan den Rijn. De melding betrof een ruzie in een woning op de Herenhof in Alphen aan den Rijn.

In de woning troffen zij onder andere een 19-jarige man uit #Woubrugge aan. Bij controle van zijn gegevens bleek dat de man nog gezocht werd, hij was veroordeeld tot een celstraf van 59 dagen en moest deze straf nog uitzitten.

De man is veroordeeld voor rijden onder invloed, het verlaten van de plaats van een ongeval en joyriden op 21 juli 2016 in Valkenburg en het bezit van een vuurwapen op 3 oktober 2016 in Katwijk.

De man is door de collega’s aangehouden en overgebracht naar het cellencomplex in Gouda. Vanuit daar zal hij worden overgebracht naar een huis van bewaring om zijn straf uit te zitten.
link

Zie hier, wederom mooi voorbeeld van burenhulp.

Uit het hart geschreven….

Uit het hart geschreven….

Een collega uit het district heeft naar aanleiding van een dienst waarin 2 heftige incidenten plaatsvonden haar gevoelens aan het papier toevertrouwd. De woorden spreken voor zich.

Roze laarsjes op een tuinpad.

Een geharde politie vrouw met 30 jaar operationele ervaring, dat is wat ik ben.
Ik ben relatief jong mijn moeder aan kanker verloren, wat er ook gebeurt, iets ergers dan dat kan me niet meer overkomen. Dat maakt dat ik heftige incidenten in mijn werk redelijk goed kan handelen.
In al die jaren heb ik net als vele collega s heftige incidenten meegemaakt.
Incidenten die je niet gelijk loslaten.
Zo weet ik nog mijn eerste reanimatie: een 16 jarig meisje. Een meisje dat taart at omdat zij net uit het ziekenhuis was ontslagen. Zij redde het niet.
Ik zag de verslagenheid van ouders toen hun zoontje door een noodlottig ongeval in de haven om het leven kwam.
Op zondagmorgen had ik ooit eens met 1 collega een dubbele reanimatie. 1 mijnheer werd onwel en tijdens het reanimeren zag ik de buurman in elkaar zakken. Hij bleek een zwak hart te hebben en door de commotie werd hij onwel. Beiden hebben het niet gered. Dat bleek tot twee weken geleden de meest bijzondere gebeurtenis uit mijn politie carrière.
Een vrijdagmiddag, late dienst, ik ben officier van dienst, kortweg ovd P.
Een ovd komt bij grotere incidenten ter plaatse en is herkenbaar aan het groene hesje. Vanuit andere disciplines zijn er ook ovd’s. Meestal overleggen wij met elkaar wat wij van elkaar verwachten en wat wij voor elkaar kunnen betekenen.
Ik neem de dienst rond 14:45 uur over van de vroege dienst. Heb je nog bijzonderheden? vraag ik mijn voorganger. Het antwoord is nee, ik hoop dat jij een drukkere dienst hebt.
Dat dit een dienst zou worden waarbij ik getuige zou zijn van twee heftige incidenten kon ik op dat moment niet bevroeden.
Mijn chauffeur is Marco, een collega die ik nog ken van mij vorige bureau.
Vlak hierna hoor ik via de mobilofoon dat er eenheden worden gestuurd naar Hazerswoude. Daar is een kindje te water geraakt. Brandweer ambulance en de trauma helikopter zijn onderweg. Ook wij gaan daarheen. Ik hoor dat collega s doorgeven dat het kindje 1,5 jaar oud is en in de sloot naast de ouderlijke woning is gevallen. Hoe lang zij in het water heeft gelegen is onbekend. Vlak hierna hoor ik dat zij weer ademhaling heeft. Kippenvel staat op mijn armen. Kom op kleine Puk ga er voor, spookt het in mijn hoofd. Als ik in de tuin kom, waar de trauma artsen, vrijwillige brandweer en mijn collega s staan, om haar te reanimeren, zie ik een paar roze laarsjes met bloemetjes. Ik krijg een prop in mijn keel. Die roze laarsjes horen aan kleine meisjes voetjes en niet op een tuinpad. Ik zie verbetenheid bij een ieder. Er wordt met man en macht gevochten om dit jonge leventje te behouden. De ouders zijn in de woning spullen aan het pakken om naar het ziekenhuis te gaan. Als zij de tuin in komen, staat ineens de moeder stil en staat even alleen. Ik sta naast haar en zeg dat ik niet weet wat ik moet zeggen maar dat iedereen alles doet om haar dochtertje te redden. Ik sla mijn arm om haar heen en heel even huilt ze. Een spoed transport van de motorrijders uit Den Haag is er. Zij stemmen af hoe zij willen rijden. Zij doen dit met ter plaatse bekende collega s. Kleine meid wordt vervoerd naar het Sophia ziekenhuis in Rotterdam. Ons gebied is waterrijk en er zijn vele bruggen die er voor de grote en plezier vaart regelmatig uitgaan. Ik vraag aan het OC of zij alle bruggen in de route naar beneden willen houden tot de stoet voorbij is. Dit gebeurt. De ouders staan op afstand met de armen om elkaar heen te kijken naar wat volgens mij je grootste nachtmerrie moet zijn. Je kind verliezen. Na ongeveer drie kwartier gaat ze vervoerd worden.
Als iedereen weg is, pak ik de laarsjes op en zet ze bij de achterdeur. In de hoop dat ze ze snel weer aan zal trekken.
In de debriefing wordt openlijk gesproken over wat het met collega s heeft gedaan. Dit zijn jonge mensen, velen hebben zelf kinderen. Een enkeling zegt niet veel, voor een ander is dit de derde reanimatie in een week, een ander spreekt openlijk over hoe hij/zij het ervaren heeft. De opvang is top.
Er is goed gewerkt, het zag er uit als een geoliede machine.
Wij gaan weer door. We eten een hapje aan team Gouda, zijn voornemens om bij team leiden midden te vragen hoe het staat met de studentenfeesten. Vlak voor het bureau Leiden Midden hoor ik het OC diverse eenheden oproepen om te gaan naar Bodegraven, daar is een vijf jarige jongetje in de Oude Rijn gevallen. Men weet niet hoe lang hij er al in gelegen heeft. De brandweer, ambulance en de trauma helikopter gaan ook ter plaatse.
Dit kan niet waar zijn, is mijn eerste reactie, niet twee kindjes in 1 dienst. Ik wil dit niet!
We keren om, zetten onze optische en geluidssignalen aan en rijden die kant op.
Als we aan komen is er al een brandweer duikploeg te water. Daarvoor zijn twee collega s met een aantal burgers te water gegaan. Maar het was te diep en te koud om goed te kunnen zoeken. Ook hier zijn de ouders ter plaatse.
Hier zijn veel mensen op de been. Ze staan zelfs op de brug om beneden, daar waar het gebeurt, maar niets te missen. Aan ons de taak om de mensen weg te sturen. In het water wordt koortsachtig gezocht. Tot de verlossende kreet: “we hebben hem”. Ik hoor een mevrouw, zij is een familielid, aan mij vragen of hij nog leeft. Het is mij bekend dat hij geruime tijd in het water heeft gelegen, wat moet ik zeggen? Verder dan ambulance personeel zal alles doen om hem te redden kom ik niet. De ouders willen naar hun kind, het verdriet, je ergste nachtmerrie. Ook voor deze kleine man, komt er een spoedtransport richting het Sophia kinderziekenhuis.
Marco en ik stappen in de auto, we realiseren ons allebei dat we twee heftige incidenten hebben meegemaakt. We hebben niet gereanimeerd, hebben de kindjes niet gezien, maar twee kinderen in 1 dienst die in het water vallen dat is te veel.
Ook hierna komt er voor ons opvang en een debriefing. Hier geldt hetzelfde, jonge collega’s die vaak zelf kinderen hebben. De 1 spreekt zich meer uit dan de ander, daar is ruimte voor. Het team collegiale opvang zit voor ons klaar.
Marco en ik praten in mijn teamkamer nog wat na. Daarna rijd ik in het donker naar huis. Dat is even lekker. Thuis zit ik nog een half uurtje met een glaasje wijn, alles nog eens te overdenken. Het verdriet van de ouders, niet te bevatten, mijn collega’s die het volgens veel burgers nooit goed doen, ambulance personeel, brandweer, trauma helikopter bemensing, voor ons allen is dit een dag of een dienst om nooit te vergeten.
De volgende dag lees ik dat het jongetje uit Bodegraven het niet heeft gered. Zondagmorgen krijg ik bericht dat de roze laarsjes nooit meer gebruikt gaan worden. Verslagen ben ik. Kinderen horen niet dood te gaan. En ja ik weet het, er gaan er velen, maar het hoort niet!

link

Uit het hart geschreven….

Roze laarsjes op een tuinpad.

Roze laarsjes op een tuinpad.

Een geharde politievrouw met 30 jaar operationele ervaring, dat is wat ik ben.
Ik ben relatief jong mijn moeder aan kanker verloren, wat er ook gebeurt, iets ergers dan dat kan me niet meer overkomen. Dat maakt dat ik heftige incidenten in mijn werk redelijk goed kan handelen.
In al die jaren heb ik net als vele collega’s heftige incidenten meegemaakt.
Incidenten die je niet gelijk loslaten.
Zo weet ik nog mijn eerste reanimatie: een 16 jarig meisje. Een meisje dat taart at omdat zij net uit het ziekenhuis was ontslagen. Zij redde het niet.
Ik zag de verslagenheid van ouders toen hun zoontje door een noodlottig ongeval in de haven om het leven kwam.
Op zondagmorgen had ik ooit eens met 1 collega een dubbele reanimatie. 1 mijnheer werd onwel en tijdens het reanimeren zag ik de buurman in elkaar zakken. Hij bleek een zwak hart te hebben en door de commotie werd hij onwel. Beiden hebben het niet gered. Dat bleek tot twee weken geleden de meest bijzondere gebeurtenis uit mijn politie carrière.

Een vrijdagmiddag, late dienst, ik ben officier van dienst, kortweg ovd P.
Een ovd komt bij grotere incidenten ter plaatse en is herkenbaar aan het groene hesje. Vanuit andere disciplines zijn er ook ovd’s. Meestal overleggen wij met elkaar wat wij van elkaar verwachten en wat wij voor elkaar kunnen betekenen.
Ik neem de dienst rond 14:45 uur over van de vroege dienst. Heb je nog bijzonderheden? vraag ik mijn voorganger. Het antwoord is nee, ik hoop dat jij een drukkere dienst hebt.
Dat dit een dienst zou worden waarbij ik getuige zou zijn van twee heftige incidenten kon ik op dat moment niet bevroeden.

Mijn chauffeur is Marco, een collega die ik nog ken van mij vorige bureau.
Vlak hierna hoor ik via de mobilofoon dat er eenheden worden gestuurd naar Hazerswoude. Daar is een kindje te water geraakt. Brandweer ambulance en de traumahelikopter zijn onderweg. Ook wij gaan daarheen. Ik hoor dat collega s doorgeven dat het kindje 1,5 jaar oud is en in de sloot naast de ouderlijke woning is gevallen. Hoe lang zij in het water heeft gelegen is onbekend. Vlak hierna hoor ik dat zij weer ademhaling heeft. Kippenvel staat op mijn armen. Kom op kleine Puk ga er voor, spookt het in mijn hoofd. Als ik in de tuin kom, waar de trauma artsen, vrijwillige brandweer en mijn collega s staan, om haar te reanimeren, zie ik een paar roze laarsjes met bloemetjes. Ik krijg een prop in mijn keel. Die roze laarsjes horen aan kleine meisjes voetjes en niet op een tuinpad. Ik zie verbetenheid bij een ieder. Er wordt met man en macht gevochten om dit jonge leventje te behouden. De ouders zijn in de woning spullen aan het pakken om naar het ziekenhuis te gaan. Als zij de tuin in komen, staat ineens de moeder stil en staat even alleen. Ik sta naast haar en zeg dat ik niet weet wat ik moet zeggen maar dat iedereen alles doet om haar dochtertje te redden. Ik sla mijn arm om haar heen en heel even huilt ze. Een spoed transport van de motorrijders uit Den Haag is er. Zij stemmen af hoe zij willen rijden. Zij doen dit met ter plaatse bekende collega s. Kleine meid wordt vervoerd naar het Sophia ziekenhuis in Rotterdam. Ons gebied is waterrijk en er zijn vele bruggen die er voor de grote en plezier vaart regelmatig uitgaan. Ik vraag aan het OC of zij alle bruggen in de route naar beneden willen houden tot de stoet voorbij is. Dit gebeurt. De ouders staan op afstand met de armen om elkaar heen te kijken naar wat volgens mij je grootste nachtmerrie moet zijn. Je kind verliezen. Na ongeveer drie kwartier gaat ze vervoerd worden.
Als iedereen weg is, pak ik de laarsjes op en zet ze bij de achterdeur. In de hoop dat ze ze snel weer aan zal trekken.
In de debriefing wordt openlijk gesproken over wat het met collega s heeft gedaan. Dit zijn jonge mensen, velen hebben zelf kinderen. Een enkeling zegt niet veel, voor een ander is dit de derde reanimatie in een week, een ander spreekt openlijk over hoe hij/zij het ervaren heeft. De opvang is top.
Er is goed gewerkt, het zag er uit als een geoliede machine.
Wij gaan weer door. We eten een hapje aan team Gouda, zijn voornemens om bij team Leiden Midden te vragen hoe het staat met de studentenfeesten.

Vlak voor het bureau Leiden Midden hoor ik het OC diverse eenheden oproepen om te gaan naar Bodegraven, daar is een vijfjarige jongetje in de Oude Rijn gevallen. Men weet niet hoe lang hij er al in gelegen heeft. De brandweer, ambulance en de trauma helikopter gaan ook ter plaatse.
Dit kan niet waar zijn, is mijn eerste reactie, niet twee kindjes in 1 dienst. Ik wil dit niet!
We keren om, zetten onze optische en geluidssignalen aan en rijden die kant op.
Als we aankomen is er al een brandweer duikploeg te water. Daarvoor zijn twee collega s met een aantal burgers te water gegaan. Maar het was te diep en te koud om goed te kunnen zoeken. Ook hier zijn de ouders ter plaatse.
Hier zijn veel mensen op de been. Ze staan zelfs op de brug om beneden, daar waar het gebeurt, maar niets te missen. Aan ons de taak om de mensen weg te sturen. In het water wordt koortsachtig gezocht. Tot de verlossende kreet: “we hebben hem”. Ik hoor een mevrouw, zij is een familielid, aan mij vragen of hij nog leeft. Het is mij bekend dat hij geruime tijd in het water heeft gelegen, wat moet ik zeggen? Verder dan ambulance personeel zal alles doen om hem te redden kom ik niet. De ouders willen naar hun kind, het verdriet, je ergste nachtmerrie. Ook voor deze kleine man, komt er een spoedtransport richting het Sophia kinderziekenhuis.

Marco en ik stappen in de auto, we realiseren ons allebei dat we twee heftige incidenten hebben meegemaakt. We hebben niet gereanimeerd, hebben de kindjes niet gezien, maar twee kinderen in 1 dienst die in het water vallen dat is te veel.
Ook hierna komt er voor ons opvang en een debriefing. Hier geldt hetzelfde, jonge collega’s die vaak zelf kinderen hebben. De 1 spreekt zich meer uit dan de ander, daar is ruimte voor. Het team collegiale opvang zit voor ons klaar.
Marco en ik praten in mijn teamkamer nog wat na. Daarna rijd ik in het donker naar huis. Dat is even lekker. Thuis zit ik nog een half uurtje met een glaasje wijn, alles nog eens te overdenken. Het verdriet van de ouders, niet te bevatten, mijn collega’s die het volgens veel burgers nooit goed doen, ambulance personeel, brandweer, trauma helikopter bemensing, voor ons allen is dit een dag of een dienst om nooit te vergeten.
De volgende dag lees ik dat het jongetje uit Bodegraven het niet heeft gered. Zondagmorgen krijg ik bericht dat de roze laarsjes nooit meer gebruikt gaan worden. Verslagen ben ik. Kinderen horen niet dood te gaan. En ja ik weet het, er gaan er velen, maar het hoort niet! ^CG

Roze laarsjes op een tuinpad.