GOUDA - De rekenkamer Gouda heeft onlangs een onderzoek afgerond naar het onderwijshuisvestingsbeleid van de gemeente Gouda. Uit het onderzoek blijkt dat de gemeente zich de afgelopen jaren vooral heeft gericht op het oplossen van knelpunten. Er was minder aandacht voor het ontwikkelen van een integrale visie op
onderwijshuisvesting in samenwerking met de schoolbesturen. Daardoor is de doelmatigheid van het onderwijshuisvestingsbeleid in het gedrang gekomen.
Onderwijshuisvesting
Onderwijshuisvesting staat regelmatig in de (politieke) belangstelling. Scholen kampen met achterstallig onderhoud en tekorten in het onderhoudsbudget zorgen ervoor dat de kwaliteit van de huisvesting verder onder druk komt. Iedere gemeente neemt zelf beslissingen over het budget voor onderwijshuisvesting en over de besteding daarvan voor investeringen en onderhoud. Het is de vraag welke keuzes de gemeente Gouda maakt en op basis van welke
overwegingen. Een aanleiding voor de rekenkamer om dit onderzoek te doen waren berichten dat Gouda voor de uitvoering van het onderwijshuisvestingsbeleid € 6 miljoen meer moest besteden dan de raad aanvankelijk beschikbaar had gesteld.
Doel onderzoek
De rekenkamer wilde met dit onderzoek nagaan of het onderwijshuisvestingsbeleid van de gemeente Gouda en de uitvoering ervan, doelmatig en doeltreffend is geweest in de periode 2004-2009. Ook de mate waarin de raad betrokken was bij de totstandkoming van het beleid was onderdeel van dit onderzoek .
Conclusies
De rekenkamer constateert dat het onderwijshuisvestingsbeleid in de onderzochte periode te weinig beleidsmatig en gestructureerd is geweest. Het college heeft zich vooral gericht op het oplossen van knelpunten, minder op het vormen van een integrale visie op onderwijshuisvesting. Daardoor bestaat het risico dat kansen worden gemist om relaties te leggen met andere beleidsterreinen en multifunctioneel gebruik van gebouwen te bevorderen.
Bovendien kan een gebrek aan visie leiden tot onvoldoende draagvlak voor de genomen (investerings)beslissingen.
Het college van burgemeester en wethouders heeft de gemeenteraad te weinig spontaan geïnformeerd over de voortgang van de uitvoering van het onderwijshuisvestingsbeleid. De raad moest zelf veel initiatieven ontplooien om de benodigde informatie te krijgen over de knelpunten in de uitvoering van dit beleid.
Aanbevelingen
De rekenkamer beveelt onder meer aan om een heldere visie op onderwijshuisvesting te formuleren. Ook moet de gemeente een besluit nemen over doordecentralisatie van de financiële middelen voor de onderwijshuisvesting. Doordecentralisatie houdt in dat de gemeente middelen en verantwoordelijkheden voor onderhoud overdraagt aan de scholen.
Voorts doet de rekenkamer de aanbeveling om een helder kader op te stellen aan de hand waarvan onderhoudsaanvragen voor scholen voor primair onderwijs worden beoordeeld. Initiatieven voor multifunctioneel gebruik van schoolgebouwen moeten worden bevorderd.
Tenslotte dient de raad betrokken te worden bij het onderwijshuisvestingsbeleid en moet worden vastgelegd op welke momenten verantwoordingsinformatie beschikbaar is voor de raad.