Nieuwjaarstoespraak Bodegraven in teken van “minder maar beter”

Op 04/01/2010, 20:07 geplaatst door Ivo in categorie: Bodegraven.

BODEGRAVEN – Vanavond heeft burgemeester Lokker van Bodegraven tijdens de nieuwjaarsreceptie zijn nieuwjaarstoespraak uitgesproken. Het motto van de burgemeester voor 2010 is “minder maar beter” mee.

Hij noemde daarbij de fusie tussen Bodegraven en Reeuwijk. Deze moet, weliswaar vanaf 2011, leiden tot een relatief kleiner, maar wel effectiever gemeentebestuur en ambtenarenapparaat.

Ook riep hij op om minder, maar beter te consumeren. Hij riep daarbij op om ook vooral wel kwalitatief voedsel uit ons eigen Groene Hart te consumeren, wat goed is voor de lokale economie.

Hieronder de gehele tekst van de toespraak.

NIEUWJAARSTOESPRAAK 2010

Burgemeester Jan Pieter J. Lokker

Van harte wens ik u allen namens het gemeentebestuur van Bodegraven een gelukkig en gezond nieuw jaar.

Allereerst dank aan politie, brandweer en gemeentereiniging voor hun optreden tijdens de oudejaarsnacht. Dankzij hun inzet was het opnieuw een veilig en mooi feest voor iedereen. Dank ook aan de inwoners van Bodegraven die gehoor hebben gegeven aan mijn oproep om elkaar de ruimte te geven voor een veilige en plezierige jaarwisseling.

Vorig jaar was het thema herstel van vertrouwen. Inmiddels is er een dieper wantrouwen ontstaan in de toekomst en in elkaar. En dat heeft alles te maken met de effecten van een financiële crisis, waardoor het allemaal een beetje minder moet. Vertrouwen is en blijft echter de basis om met elkaar verder te gaan. Het is ook mijn stellige overtuiging dat het beetje minder niet hoeft te betekenen dat het ook slechter met ons zal gaan. Laat het motto voor 2010 zijn: Minder maar beter.

I Bestuur

Het jaar 2010 is nu al een bijzonder jaar, want voor Bodegraven is dit het laatste jaar als zelfstandige gemeente. Op 1 januari 2011 is de nieuwe gemeente Bodegraven-Reeuwijk een feit. We beleven dan tegelijk de schijnbare tegenstelling dat Bodegraven niet meer bestaat, maar leeft als nooit tevoren. De verklaring hiervoor is even simpel als geruststellend: Bodegraven als levende gemeenschap met zijn unieke sociale, culturele en economische karakteristieken blijft bestaan, alleen bestuurlijk is er een nieuwe realiteit.

Er zal sprake zijn van minder bestuur voor meer mensen. Dat is voor veel inwoners van onze gemeente een regelrechte opluchting! Trouwens ook voor veel ambtenaren. Nergens ter wereld is de bestuurlijke dichtheid en de bestuurlijke drukte zo heftig als in Nederland. Op de kleine schaal van ons mooie land hebben we heel veel bestuur: behalve een rijksbestuur ook veel provinciale en locale besturen, waterschapsbesturen en regiobesturen. En die bemoeien zich allemaal met hetzelfde en met elkaar. En bij elkaar geeft dat veel drukte en voor de inwoners vaak ook veel onduidelijkheid. Wie gaat nu eigenlijk waar over? De meeste vraagstukken en problemen op het terrein van de ruimtelijke ordening, economie,  infrastructuur, dienstverlening, milieu en welzijn kunnen tegenwoordig niet meer door een enkele gemeente worden beslist. Daar heb je andere gemeenten voor nodig. De omvang van de vraagstukken en problemen is te groot en de schaal van de gemeente te klein om tot goede besluitvorming te komen. Daarom is het goed dat Bodegraven en Reeuwijk een weliswaar kleine, maar duidelijke stap zetten naar minder bestuur, en zoals we verwachten beter bestuur.

Waarmee niet gezegd is dat de beide huidige besturen hun werk niet goed doen, maar het moet anders en het kan beter. Dat is de inzet van de bestuurlijke fusie tussen Bodegraven en Reeuwijk met als resultaat een ambtelijke organisatie die nog effectiever en efficiënter werkt met goedgeschoolde en gemotiveerde professionals. En een politiek-bestuurlijke organisatie die, rekening houdend met de wensen en ideeën van de inwoners, op een slagvaardige en integere wijze bestuurt. Alleen al om die reden gaat de fusie ieder van ons aan en is het niet alleen het feestje van bestuurders en politici. Daarom zult u via de verschillende media goed op de hoogte worden gehouden van de ontwikkelingen tot aan 1 januari 2011.

II Samenleving.

Niet alleen bestuurlijk, maar ook economisch ervaren wij in 2010 de noodzaak om met minder meer te doen. De effecten van de financiële crisis zullen ook in 2010 doorwerken. Niet alleen in geld, maar ook mentaal.

Meer dan een halve eeuw lang was groei vanzelfsprekend en betekende ook altijd meer geld en meer mogelijkheden om te consumeren. Dit jaar vieren we het feit dat we 65 jaar in vrede en welvaart hebben mogen leven. Ongekend, als we dat vergelijken met de geschiedenis daarvoor en met de situatie van nu in vele landen in de wereld. Het financiële bouwwerk dat deze welvaart ondersteunde en in stand hield bleek echter minder solide dan gedacht en in weinige maanden verdampte op papier onnoemlijk veel kapitaal en slonken vermogens van particulieren en bedrijven. Welvaart die door de gretigheid van bezit en een overdadige consumptie zich in de eigen staart heeft gebeten.

En wie een ander geluid liet horen was een vreemdeling binnen de poorten stad en land. Waarschuwingen dat ongeremde consumptie ten koste gaat van het milieu en de kwaliteit van onze schepping klonken weliswaar luid en duidelijk, maar hebben tot op heden weinig navolging gevonden in het praktisch handelen van de individuele burger en het gezin. De discussie over duurzaamheid en klimaat lijkt nog het meest op een boeiend, maar uiterst vrijblijvend intellectueel debat. Een debat dat aan even zovele vergadertafels de agenda weliswaar prominent beheerst, maar zonder dat de uitkomst van enige discussie heeft geleid tot een fundamentele herziening van ons consumptiegedrag. En nog minder heeft het geleid tot een radicale herziening van politieke en bestuurlijke prioriteiten. Dat heeft de conferentie in Kopenhagen ons opnieuw duidelijk gemaakt. In het jaar 2010 zullen we echter serieus aan de slag moeten gaan om het credo “minder, maar beter” ook daadwerkelijk toe te passen. Het is nodig om aarde en mens een duurzame toekomst te geven.

We zouden kunnen beginnen om in 2010 minder, maar beter te consumeren. En laten we eerlijk zijn: het kan en mag ook wel wat minder, en het kan en het mag beter. Voor wat betreft minder, maar beter kan iedereen beginnen met ons dagelijks voedsel. We eten te veel en te veel van het verkeerde. Graag wil ik opnieuw een lans breken voor het kopen van streekeigen producten. Het Groene Hart is niet alleen een mooi recreatiegebied, maar ook een prachtig productiegebied van hoogwaardig vers en veilig voedsel. Daar mag u ook best een paar cent extra voor betalen. Kies voor kwaliteit en koop producten van eigen bodem dicht in de buurt.

En als we in 2010 nu ook eens minder praten om beter te kunnen presteren. Dat is pas echt  een uitdaging, want we zijn een praatgraag volk, gevoed door een schier onstilbare honger naar meer informatie. Wie heeft tegenwoordig niet een computer op zak die deze informatie elke minuut van de dag actueel houdt? Veel van die informatie is overbodig en nietszeggend. De Amerikaanse antropologe Margaret Mead heeft ooit gezegd: “In mijn jeugd wisten we weinig, maar wat we moesten weten, wisten we. Nu weten we van alles over van alles, maar wat we eigenlijk moeten weten, weten we niet meer.”

Het gevaar is dus groot dat we door een te veel aan informatie niet meer onderscheiden wat wel en niet van belang is. Het maakt mensen onzeker in een tijd waar de aloude waarden en normen op hun grondvesten trillen en zelfs dreigen om te vallen.

Daarom moeten we op zoek naar mensen die gezaghebbende informatie hebben en daar met ons over willen praten. En ik noem niet voor niets het woord gezaghebbend. Daar zit het woord gezag in. Gezag komt van de oudere term ge-zeg, wat betekent dat men iets te zeggen heeft. Gezag hebben komt dus neer op de voortdurende poging echte woorden in de mond te nemen. Dat ontdek je door met elkaar het gesprek aan te gaan en daar ook de tijd voor te nemen. In het gezin, op school, in de vereniging, op het werk en zelfs in de politiek. Het gesprek is de hartslag van de democratie.

Persoonlijk geloof ik er heilig in dat wij met elkaar, als dorpsgemeenschap, voldoende crisisbestendig zijn om het economische, sociale en culturele bouwwerk van onze gemeente overeind te houden en zelfs sterker te maken. Dat kan als we kiezen voor minder, maar beter. Ik daag u daarom uit om in het komende jaar met elkaar het gesprek aan te gaan en alle registers van vindingrijkheid en creativiteit open te trekken om met minder meer te doen. Op alle fronten van het leven te kiezen voor kwaliteit: kwaliteit van eten en drinken, kwaliteit van uw eigen directe leefomgeving, kortom kiezen voor kwaliteit van uw leven.

En daar meer voor over te hebben, in tijd en in geld. Op die manier helpt u niet allen uzelf, maar ook onze kwetsbare aarde waar u als rentmeester de dure opdracht heeft deze te bewaren en te onderhouden voor de kinderen en kleinkinderen. En laten we er vandaag mee beginnen. Ik wens u een prachtig jaar toe!


Reageren is niet mogelijk op dit bericht.